|
De elf vakbekwaamheden
van een coach
Hierna zijn de
eisen van vakbekwaamheid opgesomd waaraan
de VAC professioneel coach voldoet.
De specifieke coach opleidingen dienen gebaseerd
te zijn op deze eisen om voor erkenning
door de VAC in aanmerking te kunnen komen.
Deze
bekwaamheidseisen zijn internationaal aanvaard
en als zodanig omschreven door de International
Coach Federation.
De coach vakbekwaamheidseisen:
A.
de basis
1.
voldoen aan de gedrags- en ethische code
2. bekwaamheid om een coachovereenkomst
tot stand brengen
Hierbij geeft de coach duidelijk en helder
aan wat de voorwaarden zijn van de overeenkomst,
in termen van honorarium, afspraken, e.d.
Tevens wat de cliënt van de coach kan
verwachten en wat niet. Daarnaast wordt
aangegeven wat de verantwoordelijkheden
van zowel de coach als de cliënt zijn.
B.
cliënt - coach relatie
3.
bekwaamheid om een vertrouwensrelatie met
de cliënt tot stand te brengen.
De coach moet een veilige en ondersteunende
werkrelatie met de cliënt creëren
ter bevordering van wederzijds respect en
vertrouwen. Respecteert de cliënt's
waarneming, beleving en persoonlijkheid.
4. coach aanwezigheid
Bekwaamheid om bewust te zijn en een zodanige
relatie met de cliënt te creëren
die open, flexibel en vertrouwenwekkend
is. Kent vele manieren om met de cliënt
te werken en maakt op het juiste moment
de juiste keuze. Straalt vertrouwen uit
als het aankomt op het werken met sterke
emoties van de cliënt en kan deze situaties
hanteren.
C.
effectieve communicatie
5. actief luisteren
Bekwaamheid zich volledig te focussen
op hetgeen de cliënt zegt en niet zegt,
zodat de coach de betekenis begrijpt van
wat gezegd is binnen de context van de wensen
van de cliënt en het ondersteunen van
de expressie van de cliënt.
Beluistert de problemen van de cliënt,
zijn doelen, waarden en overtuiging.
Kan een onderscheid maken tussen de woorden
en de non-verbale communicatie.
Vat samen, parafraseert en spiegelt wat
de cliënt heeft gezegd om zeker te
zijn dat de cliënt duidelijk begrepen
is.
Accepteert, exploreert, versterkt en moedigt
de cliënt aan zijn gevoelens, beleving,
zorgen en overtuigingen te uiten.
Integreert en bouwt verder met de ideeën
van de cliënt.
Begrijpt de kern van de communicatie van
de cliënt en helpt de cliënt ook
zover te komen.
6. krachtig bevragen
Bekwaamheid om vragen te stellen die informatie
oplevert die er toe bijdraagt dat de coach-cliënt
relatie er maximaal van profiteert.
Stelt vragen die blijk geven van actief
luisteren en begrip van de achtergronden
van de cliënt.
Stelt zodanig vragen dat inzicht, betrokkenheid
en actie het resultaat zijn.
Stelt vragen die er voor zorgen dat de cliënt
dichter bij zijn doel komt en juist niet
om zijn gedrag te rechtvaardigen of terug
te kijken.
7. directe communicatie
Bekwaamheid om effectief te kunnen communiceren
gedurende de coachsessies en taal te gebruiken
die de grootst mogelijke positieve impact
op de cliënt hebben.
Is duidelijk en direct in het meedelen en
voorzien van feedback aan de cliënt.
Herkadert om de cliënt te helpen begrijpen
vanuit een ander gezichtspunt.
Is duidelijk en open in zijn doelstelling,
technieken en oefeningen naar de cliënt.
D.
leerproces vergemakkelijken
8.
bewustzijn creëren
Bekwaamheid verschillende bronnen van informatie
te integreren en nauwgezet te evalueren
en daarmee de cliënt te helpen bewuster
te worden en de overeengekomen doelen te
verwezenlijken.
Gaat verder dan de cliënt's zorgen,
blijft niet steken in de cliënt's beschrijving,
creërt meer begrip, bewustzijn en duidelijkheid.
Identificeert de onderliggende achtergrond
en obstakels van de cliënt, zoals zijn/haar
waarneming van de werkelijkheid, verschillen
tussen feiten en interpretatie, discrepantie
tussen gedachten, gevoelens en actie.
Helpt de cliënt voor zichzelf nieuwe
inzichten, emoties, gedachten, stemmingen
ontdekken die haar/hem de kracht geven actie
te ondernemen en bereiken wat voor haar/hem
belangrijk is.
Maakt voor de clënt een breder perspectief
bespreekbaar en inspireert haar/hem betrokkenheid
om het gezichtspunt te verleggen en nieuwe
mogelijkheden voor actie te vinden.
Identificeert de sterke tegenover zwakke
punten voor groei.
Moedigt de cliënt aan de hoofdzaken
van de bijzaken te scheiden, en een onderscheid
te maken tussen wat beweerd wordt en wat
werkelijk gerealiseerd is.
9. actieplan ontwerpen
Bekwaamheid met de cliënt mogelijkheden
aan te boren zodat er een voortdurend leerproces
ontstaat, gedurende het coachen, in werk/privé
situaties en bij nieuwe acties.
Zoekt met de cliënt en helpt hem/haar
actiepunten te formuleren om het de cliënt
mogelijk te maken een nieuw leerproces uit
te diepen en uit te voeren.
Stimuleert activiteiten en zelfontdekking,
waarbij de cliënt toepast wat hij/zij
heeft geleerd gedurende de coachsessies
in werk en privé.
Daagt de cliënt uit te komen tot nieuwe
ideeën en het vinden van nieuwe mogelijkheden
voor actie.
Zorgt dat de cliënt direct in actie
komt en ondersteunt de cliënt daarbij.
10. plannen van actie
Bekwaamheid een actieplan te ontwerpen en
met de cliënt te handhaven.
Zorgt er voor dat de doelen van het actieplan
SMART zijn, dat wil zeggen specifiek, meetbaar,
acceptabel, realistisch en tijdsgebonden.
Past indien nodig het plan aan.
Bespreekt met de cliënt verschillende
hulpbronnen om te leren.
11. beheersen van vooruitgang en
verantwoordelijkheid
Bekwaamheid de aandacht vast te houden en
de verantwoordelijkheid voor het in actie
schieten te laten aan de cliënt.
Maakt duidelijk aan de cliënt dat actie
vereist is om de gestelde doelen te kunnen
bereiken.
Bekijkt en organiseert met de cliënt
de informatie die is verkregen gedurende
de sessies.
Blijft gefocust op het actieplan maar staat
open voor aanpassingen van actie en gedrag.
Bevordert zelfdiscipline bij de cliënt
en spreekt de cliënt aan op zijn verantwoordelijkheid
voor uitvoering van de afspraken binnen
de afgesproken termijnen.
Confronteert de cliënt positief met
het feit dat zij/hij niet de afgesproken
actie ondernomen heeft.
|